In het kader van Social Capital nodigde TAAK politicoloog en kunstenaar Boo van der Vlist uit om een essay te schrijven om bij te dragen aan het discours over de rol van kunst, en de (meer)waarde van soft data, bij stedelijke ontwikkeling. Van der Vlist houdt zich in het bijzonder bezig met stedelijke problematiek, gentrificatie en verscherping van sociaal-culturele scheidslijnen.  In dit essay bediscussieert zij de tekortkomingen van een monodisciplinaire aanpak van onze complexe maatschappelijke vraagstukken en stelt zij andere benaderingen voor, maar plaats zij ook vraagtekens bij de moeilijkheden die over het voetlicht (kunnen) komen bij de implementatie van deze vernieuwende praktijken.


Met de kunsten naar een toekomstbestendige en inclusieve stad

Door Boo van der Vlist

Het woord kunstenaar is een ambigu begrip. Ikzelf, politicoloog en kunstenaar, stel mezelf dan ook vaak niet voor vanuit mijn kunstenaarschap. Bang om weer in het voor velen (buiten de kunstwereld) nog bestaande hokje “portretschilder of beeldhouder” te worden gestopt, noem ik mij een inbetweener. Mijn werk richt zich op stedelijke vraagstukken, waarin ik altijd nauw samenwerk met bewoners, beleidsmakers, lokale organisaties en ondernemers. Ik ben vooral geïnteresseerd in stedelijke (her)ontwikkeling met een focus op community empowerment en inclusiviteit. Ik zoek naar soft data in de stedelijke omgeving dat vaak onzichtbaar blijft in beleidsprocessen. Soft data is informatie over dingen die moeilijk te meten zijn, zoals de mate van je thuis voelen of je buren gedag zeggen. Ik gebruik hiervoor verschillende vormen, van creatieve interventies, fotografie en video tot geschreven verhalen en poëzie[1]. En daar sta ik niet alleen in, steeds meer kunstenaars hebben een dergelijke praktijk waarbij ze zich verhouden tot stedelijke vraagstukken. Ook TAAK heeft afgelopen jaren gewerkt met kunstenaars die zich met stedelijke ontwikkeling bezighouden. Een goed voorbeeld hiervan is het project Verhaalt Parkeren van Manon van Hoeckel[2] en het World Building Lab van Studio Monnik[3].

Door mijn multidisciplinaire scholing heb ik stedelijke ontwikkeling vanuit diverse perspectieven bestudeerd. Als kunstenaar en wetenschapper heb ik mijzelf met dit onderwerp beziggehouden, maar ook als beleidsmaker en – niet minder belangrijk – als stadsbewoner.  Wat me iedere keer weer opvalt is dat deze verschillende perspectieven vaak niet op een waardevolle manier bij elkaar aan tafel zitten. Dit kan resulteren in exclusieve stadsplanning en gentrificatie. In dit essay bediscussieer ik de tekortkomingen van een monodisciplinaire aanpak van onze complexe maatschappelijke vraagstukken. In plaats van deze monodisciplinaire benadering stel ik voor op zoek te gaan naar transdisciplinaire kennisproductie en samenwerkingsvormen. Dit vereist niet alleen een nieuwe houding van beleidsmakers, wetenschappers en stadsplanners, maar ook van kunstenaars die zich tot deze vraagstukken verhouden. Ik zal dieper ingaan op deze veranderende rol en afsluiten met een selectie vragen waarmee ik graag uitnodig tot interne gewetensvragen en constructieve gesprekken over een veranderende rol van de kunstenaar.


Transdisciplinaire samenwerkingsvormen voor inclusieve stadsontwikkeling

Hedendaagse stadsplanning wordt op een vrij exclusieve en vanuit een overwegend economisch perspectief vormgegeven[4]. Dit kan leiden tot gentrificatie. Gentrificatie is de opwaardering van buurten die vaak gepaard gaat met de verdringing van oorspronkelijke bewoners[5]. In verschillende “opkomende buurten” in steden als Amsterdam en Rotterdam moeten oorspronkelijke bewoners plek maken voor hoogopgeleide mensen met een dikkere portemonnee. Sassen benadrukt dat het maken van geschiedenis en cultuur in de toekomst bedreigd wordt door het verlies aan diversiteit in steden[6]. Stedelijke herontwikkeling moet daarom op een meer holistische en inclusieve manier worden vormgegeven, waarbij alle pijlers van duurzame ontwikkeling worden meegenomen: de economische, de ecologische, de sociale en de culturele[7].

De economische pijler lijkt nu de voornaamste pijler in stadsontwikkeling, en voor de ecologische pijler zijn meetinstrumenten ontwikkeld zoals de milieu-effectenanalyse. Gelukkig wordt er ook in toenemende mate belang gehecht aan duurzame, groene stedelijke ontwikkeling. De sociale en culturele pijlers blijven achter en zijn moeilijker meetbaar. Hoe kunnen deze pijlers beter worden meegenomen in stedelijke ontwikkeling? Deze vraag brengt mij op een epistemologisch vraagstuk: hoe kunnen wij de sociale en culturele wereld kennen? En hoe produceer je hier kennis over? Dit zijn belangrijke vragen als het gaat om het verbeelden (en plannen) van de toekomst.

Cijfers, Big Data en smart cities

Voor beleidsmakers zijn getallen en grafieken belangrijk om toekomstig beleid te ontwikkelen. Een gebruikelijke manier om een beleidsprobleem te definiëren is door het te meten[8]. Daarbij leggen beleidsmakers en politici veelal op basis van getallen hun verantwoordelijkheid af, waarin stijgende en dalende lijnen gelijk staan aan succes of falen. In tijden van Big Data lijkt het geloof in harde data alleen maar te zijn toegenomen. Met zoveel getallen die worden onttrokken uit de sociale werkelijkheid bestaat er bij velen het onjuiste geloof dat deze nummers feiten zijn, waarheden[9].

Big Data wordt in toenemende mate gebruikt om de toekomst te voorspellen en vorm te geven. Ook in stedelijke ontwikkeling zien we deze trend terug. De Smart City movement is een beweging die gebruik maakt van Big Data en algoritmes om de stad efficiënter te besturen en beter vorm te geven. Naast een urgent privacyvraagstuk binnen Smart Cities[10] is een bijkomend probleem van algoritmes dat deze worden bepaald door een menselijk en vaak historisch idee van wat “succes” is[11]. Het baseren van succes op historische data zorgt ervoor dat “succes” vanuit een overwegend wit en masculien perspectief wordt vormgegeven. Dit kan leiden tot racistische en seksistische uitsluitingsmechanismen die door de sluier van zogenaamde objectiviteit van cijfers verhuld wordt[12].

Maar zelfs als historische data niet worden gebruikt in een algoritme, is het bepalen van “succes” nog altijd een menselijke aangelegenheid. Want “succes” – zo ook in stedelijke ontwikkeling – betekent voor iedereen iets anders. Is er succes als de huizenprijzen stijgen? Als wijken divers zijn? Als het aantrekkelijker wordt voor toeristen? Of als mensen zich thuis en veilig voelen? Om te bepalen wat succes is voor verschillende actoren in de stad moeten we de sociale wereld bestuderen. Met deze vraag keert men al snel naar de wetenschap, en specifieker naar de sociologie. Maar ook binnen de wetenschap en sociologie bestaan er verschillende ideeën over hoe je het beste de realiteit in kaart kunt brengen en wat goede kennis is.

Een voorbeeld dat dit goed illustreert is het boek The Hidden Society dat in 1965 werd gepubliceerd. In het boek beschrijft de socioloog Wilhelm Aubert een variëteit aan verborgen gemeenschappen. Aubert laat zijn interesse niet aan banden leggen door bestaande disciplines of conventies. Hij schrijft over het rechtssysteem en geestelijke gezondheid, over de betekenis van slaap en hij laat ook de liefde niet onberoerd. Aubert deelt anekdotes, bespreekt uitdrukkingen, en put uit zijn eigen ervaringen en observaties. Een socioloog die het boek een jaar later recenseerde schreef meer verwijtend dan verbaasd: It does not contain a single table!

Wilhelm Aubert, maar ook later gevierde sociologen Erving Goffman en David Riesmann werden bekritiseerd door collega sociologen die hun meer kwalitatieve sociologische werk zagen als persoonlijke opinie of loose talk. Door soft data wetenschappers komt de adoratie voor hard data wetenschappers in gevaar. Als we immers iets zinnigs kunnen zeggen – zelfs boeken kunnen publiceren! – over de sociale conditie door ervaringen op te doen, door observaties, en door simpelweg met mensen te praten, tsja, dan kan iedereen wel een wetenschapper zijn, nietwaar? En hoewel dat voor sommigen een dystopisch geluid is, moeten we het juist aanmoedigen.

De waarde van kwantitatieve harde datawetenschap moet uiteraard serieus worden genomen. Het ontdekken van patronen in cijfers kan ons veel inzicht geven in de wereld. Echter, door ontoegankelijke en onbegrijpelijke wiskundige formules neemt de maatschappelijke vervreemding tot wat deze cijfers betekenen toe. We durven cijfers niet te bevragen, omdat we niet snappen hoe ze tot stand komen. De beredenering om hier niet aan te twijfelen is vaak niet anders dan: “ik snap het niet, dus het zal wel kloppen” [13]. Sanne Blauw geeft met haar boek “Het Best Verkochte Boek Ooit” *Met Deze Titel” inzicht in de velen bestaande misinterpretaties van cijfers en het gevaar dat dit met zich meebrengt[14]. Het is belangrijk dat er bewustwording ontstaat dat harde cijfers niet gelijk staan aan objectiviteit of de werkelijkheid. Het is belangrijk deze kritisch te bevragen.

Kenniscreatie door het verzamelen van soft data kan hierin democratiserend en emanciperend werken. Ze helpen harde data te interpreteren, nuanceren en wanneer nodig te diskwalificeren. Zo geeft Tricia Wang een mooi voorbeeld over hoe etnografisch onderzoek waardevollere en accuratere inzichten kon bieden over toekomstig smartphone gebruik in China dan kwantitatieve analyses[15]. Door kenniscreatie op het niveau van cultuur en emotie weer serieus te nemen, groeit het kritisch vermogen ten opzichte van de pseudo-precisie en objectiviteit van harde data. Het is tijd dat de kennis van kwalitatieve wetenschappers, maar ook amateurs, burgers, kunstenaars, en praktijkbeoefenaars serieus wordt genomen en op zijn minst op een gelijk niveau staat met kwantitatieve kennis.

Transdisciplinaire kennisproductie en samenwerking

Het framework van transdisciplinariteit ondersteunt deze gedachte en stelt als voorwaarde dat alle vormen van kennis gelijkwaardig zijn. Klein en Macdonald definiëren transdisciplinariteit als: “het creëren van verschillende toekomsten door middel van het vergroten van reflexiviteit en inclusiviteit, het genereren van nieuwe talen, het ontwerpen van nieuwe structuren en het bedenken van nieuwe pluralistische en complexere kennisstructuren”. Een transdisciplinaire aanpak heeft de kwaliteit om velden en disciplines te ontleden en opnieuw samen te stellen, en om informele en lokale kennis te integreren[16][17]. En de urgentie om transdisciplinair te werken is groot. Radicale en fundamentele veranderingen zijn nodig op elk niveau van onze samenleving om complexe problemen als de klimaatcrisis en toenemende sociale ongelijkheid aan te pakken[18]. De causale verbanden en ambiguïteit van de problemen vereisen bredere, meer collaboratieve, integrale, participatieve en creatieve benaderingen[19][20]en vereisen verder denken en handelen dan disciplines mogelijk maken.

De voorwaarde van een transdisciplinaire samenwerking is een gemeenschappelijk vraagstuk en de ambitie aan dit vraagstuk bij te dragen. Hiermee stel je vanuit een inclusiever startpunt gemeenschappelijke waarden op en bouw je vanuit een complexer idee van wat “succes” is voort aan scenario’s voor de toekomst. Als de ambitie is om alle pijlers van duurzame stedelijke ontwikkeling gelijkwaardig mee te nemen in beleidsvormingsprocessen, biedt het framework van een transdisciplinaire samenwerking dus een uitkomst. Ook artistieke kennisproductie doet als volwaardige kennis mee in een transdisciplinaire samenwerking. Ze kan zelfs een zeer waardevolle en cruciale bijdrage leveren.


Kunst in transdisciplinaire kennisproductie voor stedelijke ontwikkeling

  1. Kunst als taal; visuele en fysieke vormen van communicatie

Transdisciplinaire samenwerking stelt als voorwaarde dat alle vormen van kennis gelijkwaardig zijn. Om deze kennis naar elkaar toe over te brengen is communicatie nodig. Bestaande disciplines hebben echter vaak een eigen jargon wat taalbarrières tussen disciplines en met de maatschappij veroorzaakt. Zelfs als de urgentie tot samenwerking wordt ingezien, kan het stuklopen op de taal. Kunstenaars en designers beschikken over een uitgebreidere toolkit, waarbij ze visuele en fysieke communicatiemiddelen kunnen inzetten om een gesprek te voeren. Enerzijds kan bijvoorbeeld door middel van data visualisatie en fysicalisatie[22] een vertaalslag van wetenschappelijke kennis plaatsvinden naar de maatschappij[23]. Anderzijds bestaat er binnen de kunst ruimte om vormen te vinden om onderbuikgevoelens en emotie binnen de maatschappij te verbeelden.

Julika Rudelius gebruikt bijvoorbeeld film om de beleving van oudere stadsbewoners in een snel veranderende Amsterdamse wijk te vangen en te delen. Uit het publieksonderzoek dat TAAK deed werd duidelijk dat het werk emoties als eenzaamheid goed weet over te brengen naar het publiek. Het is een enorme kracht als mensen zich kunnen verplaatsen in de positie van de ander. Zeker bij transdisciplinaire samenwerkingen, waarin er nieuwe vormen van communicatie moeten worden gezocht om disciplines te overstijgen. Oscar Wilde zei ooit: “conversation is one of the loviest of the arts” en andersom kan kunst een belangrijke rol spelen om op meer visuele en fysieke manieren met elkaar in gesprek te gaan.

  1. Het onderzoek als kunstvorm

Kunstenaars en designers worden steeds minder opgeleid binnen een vastomlijnde disciplinaire kunstrichting en steeds meer als “creatieven”. Om (terecht) weg te blijven van de associatie knutselhoek worden ze change makers[24] social designers, of creating pioneers[25] genoemd. De uitwerkingsvorm van deze makers is dan ook vaak geen kunstobject, maar krijgt de vorm van een onderzoeksproces. Een mogelijke vraag die dit kan oproepen is: als ze onderzoek gaan doen, waarom worden ze dan niet opgeleid tot louter wetenschappers?

Wetenschappers moeten onderzoeksopzetten verantwoorden vanuit bestaande gevalideerde onderzoeken. Dit zorgt ervoor dat het radicaal breken met heersende denkbeelden en patronen lastig is. Kunstenaars Cynthia Hathaway en Melle Smets hebben om deze reden op het Science Park in Utrecht het Department of Search opgericht. Zij stellen dat er te veel aandacht is voor rein research, waarmee wordt voortgebouwd op oude kennis. Kunstenaars hebben meer dan wetenschappers ruimte om experiment, nieuwsgierigheid en intuïtie toe te laten in hun onderzoek. In 2017 nodigden Smets en Hathaway tien kunstenaars (collectieven) uit op het Science Park in Utrecht om samen met wetenschappers te werken aan een gemeenschappelijk doel: een “Zero Footprint Campus”. Hierdoor ontstonden alternatieve en collaboratieve onderzoeksprocessen[26].

Manon van Hoeckel is nog een voorbeeld van een social designer. Tijdens Social Capital stelde van Hoeckel een direct gevolg van de toenemende druk(te) op Amsterdam Noord aan de kaak. In een aantal wijken was er betaald parkeren ingevoerd, met als gevolg dat bewoners minder aanloop hadden van familie en vrienden[27]. Door gratis parkeerplekken aan te bieden in ruil voor een verhaal verzamelde Van Hoeckel zachte data over de buurt, zoals verhalen over alledaagse problemen en ideeën over de toekomst van de wijk. Creatieve interventies kunnen een uitkomst bieden in contexten waarbij het ophalen van soft data via participatieve observaties en interviews niet werkt. Ook in de antropologie en sociologie zie je met stromingen als actie-onderzoek en design antropologie kruisbestuivingen ontstaan om meer creativiteit en experiment toe te laten in het veldonderzoek.

  1. Verbeeldingskracht: vertaling naar concrete alternatieven

Verbeeldingskracht is de laatste, maar tevens cruciale, kwaliteit die ik zal bespreken waarbij de kunsten van betekenis kunnen zijn in transdisciplinaire samenwerkingen. Binnen veel vraagstukken zoals de klimaatcrisis hebben we niet meer zoveel te willen en wordt het steeds belangrijker om vooral te onderzoeken wat we nog kunnen willen, zo schetsen Stikker en Burgmans. Ze stellen dat ontwerpend onderzoek een uitkomst biedt: “Anders dan academisch onderzoek, dat op zoek is naar de waarheid, of toegepast onderzoek, dat op zoek is naar de markt, wil ontwerpend onderzoek een probleem oplossen door de toekomst te verkennen en mogelijke oplossingsrichtingen te onderzoeken”[28]. Ontwerpend onderzoek kan een brug slaan tussen de abstractie van het artistieke of wetenschappelijke onderzoek en wat er in de praktijk van het dagelijks leven aan gedaan kan worden. Het stelt in staat om in gezamenlijkheid op zoek te laten gaan naar oplossingsrichtingen voor de toekomst.

World building biedt een methodologie dat veel gebruikt wordt in genres als science fiction en fantasy. In 2018 heeft Studio Monnik in samenwerking met TAAK in Amsterdam Noord gewerkt aan de ontwikkeling van een World Building Lab[29]. Hierin hebben ze deze methodiek vertaalt naar de context van een wijk, waarin samen met bewoners, lokale ondernemers, sociale organisaties en ontwikkelaars werd nagedacht over de toekomst van de wijk. Tijdens de laatste sessie van het World Building Lab van Monnik werd tijdens de evaluatie uitgesproken dat met name het vormgeven van het participatief proces nog veel aandacht vraagt. De diversiteit aan perspectieven aan tafel leidde niet altijd tot een constructief gesprek. Velen aan tafel bleven in de geconditioneerde houding van een beleidsproces zitten, waarin de rollen verdeeld zijn. De kunstenaar maakt het ontwerp, de beleidsmaker bepaald beleid en de bewoner houdt een klaagzang. Uiteindelijk was er hierdoor ook weinig ruimte om de stap tot gezamenlijke verbeelding te zetten. Juist deze geconditioneerde rollen moeten op de schop in een transdisciplinaire samenwerking.


Transdisciplinaire samenwerking gaat niet vanzelf

Wat bovenstaand voorbeeld goed illustreert is dat transdisciplinaire samenwerking nog geen vanzelfsprekendheid is in het maken van toekomstig beleid. Dit geldt ook voor het toelaten van artistieke kennis binnen beleidsprocessen. Dit is dan ook vaak waar artistieke projecten rondom stedelijke ontwikkeling stranden. Het is lastig om de gegenereerde maatschappelijke en artistieke kennis serieus mee te nemen aan de beleidstafel. Projecten worden als een communicatief middel ingezet op sociale kanalen, als leuke bij-projecten gepresenteerd in beleidsdocumenten en in het ergste (maar helaas veel voorkomende) geval worden kunstenaars ingezet als beleidsinstrument ter bevordering van gentrificatie. Vaak is dit het tegenovergestelde effect van wat kunstenaars met hun projecten willen doen[30].

Er is meer experiment nodig in transdisciplinaire samenwerkingen en er is onderzoek nodig naar hoe we deze samenwerkingen kunnen vormgeven. Het is belangrijk om daarbij te onderzoeken hoe artistiek onderzoek daarin de potentie bereikt die het kan bieden. Enerzijds zullen beleidsmakers en wetenschappers een andere houding moeten aannemen ten opzichte van artistieke kennis. Anderzijds zal de veranderende praktijk van de kunstenaar ook gepaard gaan met andere rollen, nieuwe verantwoordelijkheden en ethische vragen over de invulling van het kunstenaarschap.


Veranderende rol en verantwoordelijkheid

Een van de vragen die kunstenaars met een sociale praktijk zichzelf moeten stellen is: wanneer is een project geslaagd?  Is het geslaagd als je een bijdrage hebt geleverd aan een inclusief vormgegeven buurt met gelukkige bewoners? Of moet een project daarbij ook erkent worden door de kunstwereld? Laatstgenoemde zou voor kunstenaars met een sociale praktijk mijns inziens minder belangrijk moeten zijn, maar toch bemerk ik bij veel kunstenaars een erkenningsdrang om met name gewaardeerd te worden in de kunstwereld. Kan het ene doel naast het andere bestaan of hebben zij invloed op elkaar? Dit roept vragen op over ethiek en verantwoordelijkheid van kunstenaars met een sociale praktijk. Want wat als deze erkenningsdrang ingaat tegen het belang van betrokkenen? Daar waar een wetenschapper wordt geschoold om zich te houden aan ethische richtlijnen, bestaan deze richtlijnen er niet voor kunstenaars. Kunstenaars horen immers vrij en autonoom te zijn. Maar heeft deze vrijheid voorrang op het moment dat je als kunstenaar met kwetsbare mensen in de samenleving werkt?

Ik wil geen antwoord op bovenstaande vragen formuleren. Ik wil vooral uitnodigen om alert te zijn op de eigen positie en moeilijkheden die zich voordoen als je als kunstenaar werkt in een maatschappelijke (stedelijke) context. Ik wil daarom afsluiten met een tweede editie van de Uneasy Questions[31] in de hoop dat deze vragen handvatten bieden voor interne gewetensvraagstukken en waardevolle gesprekken over de veranderende rol van de kunstenaar. Het is belangrijk deze vragen nu te stellen, om daadwerkelijk de bijdrage te leveren die de kunsten kan bieden binnen transdisciplinaire samenwerkingen en andere complexe maatschappelijke vraagstukken.


Uneasy Questions

Hoe adresseer ik mijn eigen positie en belangen in een project? Zouden deze belangen mogelijk in strijd kunnen zijn met die van betrokkenen?

Voor (en met) wie maak ik dit project? Zijn er ook nog andere partijen die geraakt kunnen worden door mijn project?

Hoe beïnvloedt de manier waarop het project gefinancierd wordt mijn positie, perspectief, verantwoordelijkheid en loyaliteit?

Is het belangrijk dat mijn project erkent wordt door de kunstwereld? En waarom?

Zou mijn project (of mijn aanwezigheid) kunnen bijdragen aan gentrificatie?

Moeten er ethische richtlijnen worden opgesteld voor sociale kunstprojecten?

Ben ik bereid om mijzelf ook in andere rollen in te zetten voor stedelijke vraagstukken? Bijvoorbeeld in de rol van sociaal werker of beleidsmaker?

Kan dit project invloed uitoefenen op vraagstukken rondom stedelijke ontwikkeling die op een veel hoger politiek niveau gevoerd worden?

Hoe laten we de wijk achter als het project voor ons is afgerond?


Bio

Boo van der Vlist is een maker met een hybride werkpraktijk waarin ze haar achtergrond als beeldend kunstenaar en politicoloog met elkaar verbindt. Ze houdt zich in het bijzonder bezig met stedelijke problematiek, gentrificatie en verscherping van sociaal-culturele scheidslijnen. In 2016 studeerde ze af bij het Sandberg Instituut en gelijktijdig behaalde ze haar Master Bestuur en Beleid aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens en na haar afstuderen deed ze onderzoek naar verschillende veranderende wijken in Amsterdam, waaronder in de Javastraat, Havenstraat en Amsteldorp.

Naast haar eigen praktijk werkt Van der Vlist als coordinator van de Double Degree en als researcher bij het Rotterdam Arts & Sciences Lab (RASL)[32]en als docent Data Visualisatie bij het Erasmus University College. Daarnaast is ze projectleider van HAKUNA Academy – een filmtalenten programma voor jongeren in Den Haag. In 2019 deed Van der Vlist mee aan het Art/Science Honours Programme van het KNAW.

 

[1]Zie ook: www.boovandervlist.comen https://publications.rasl.nu/read/practice/complex-times-require-a-hybrid-spirit

[2]Zie voor meer informatie: http://www.taak.me/activity/manon-van-hoeckel-verhaalt-parkeren/

[3]Zie voor meer informatie: http://www.taak.me/activity/monnik-world-building-laboratorium/

[4]Hochstenbach, C. (2016). State-led gentrification and the changing geography of market-oriented housing policies. Housing, Theory and Society. Online First. DOI: 10.1080/14036096.2016.1271825

[5]Lees, L., Slater, T., & Wyly, E. K. (2010). The gentrification reader. London: Routledge.

[6]Sassen, S. (2015) The Global City. New York, NY: Princeton University Press.

[7]Lavanga, M. (2013). Artists in urban regeneration processes: use and abuse?. Territoire en mouvement Revue de géographie et aménagement. Territory in movement Journal of geography and planning, 17-18(1), 6-19.

[8]Stone, D. (2012) Policy Paradox: The Art of Political Decision Making. New York. W.W. Norton Company

[9]boyd, d., & Crawford, K. (2012) “Critical Questions for Big Data: Provocations for a Cultural, Technological, And Scholarly Phenomenon.” Information, Communication & Society 15 (5): 662-679.

[10]Lees meer over zorgen om pricacy in een Smart City in het voorbeeld van de Google Side Walk Labs in Toronto: https://www.theguardian.com/cities/2019/jun/06/toronto-smart-city-google-project-privacy-concerns

https://www.theguardian.com/cities/2019/jun/06/toronto-smart-city-google-project-privacy-concerns

[11]O’Neil, C. (2016) Weapons of Math Destruction. How Big Data Increases Inequality and Threatens Democracy. New York. Crown Publishers

[12]Zie hierover ook Ted Talk van Cathy O’Neil: https://www.youtube.com/watch?v=_2u_eHHzRto

[13]O’Neil, C. (2016) Weapons of Math Destruction. How Big Data Increases Inequality and Threatens Democracy. New York. Crown Publishers

[14]Blauw, S. (2018) Het Best Verkochte Boek Ooit *Met Deze Titel.Hoe Cijfers ons leiden, verleiden en misleiden. Amsterdam: De Correspondent

[15]Zie haar Ted Talk hierover via: https://www.ted.com/talks/tricia_wang_the_human_insights_missing_from_big_data

[16]Aboelela, S. W, , Larson, E., Bakken, S., Carrasquillo, O., Formicola, A., et al. (2007). Defining interdisciplinary research: conclusions from a critical review of the literature. Health Serv. Res. 42(1):329

[17]Wilcox, B., Kueffer, C. (2008), “Transdisciplinarity in EcoHealth: Status and Future Prospects”, EcoHealth, 5(1): 1–3

[18]Irwin, T., Kossoff, G., Tonkinwise, C., Scupelli, P. (2015) Transition Design. Carnegie Mellon University, School of Design. Pittsburgh

[19]Bevir, M. (2010) Democratic Governance, Princeton, NJ; Princeton University

[20]Healey, Patsy (2004). ‘The Treatment of Space and Place in the New Strategic Spatial Planning in Europe’ . Int J. of Urban and Regional Research , vol. 28, no. 1, p. 45-67.

[21]Zie het artikel op: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/06/14/zonder-creativiteit-geen-toekomst-a3963768

[22]Lees verder over data physicalizationvia: https://www.researchgate.net/publication/287994960_Tangible_Data_explorations_in_data_physicalization

[23]Nussbaumer Knaflic, C. (2017) Storytelling with Data. A Data Visualization Guide for Business Professionals.New Jersey: Wiley

[24]https://www.boijmans.nl/tentoonstellingen/change-the-system

[25]https://www.wdka.nl

[26]Lees meer over de verschillende projecten op het Zero Footprint Campus op: https://www.zerofootprintcampus.nl

[27]Zie meer projecten van Manon van Hoeckel op: http://www.manonvanhoeckel.com

[28]Zie: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/06/14/zonder-creativiteit-geen-toekomst-a3963768

[29]Lees meer op: http://www.taak.me/activity/monnik-world-building-laboratorium/

[30]Zie ook het project van Lyubov Matyuninadat gaat over de instrumentalisering van kunstenaars bij gentrificatie processen: http://www.taak.me/activity/i-am-a-tool-of-gentrification-west-lyubov-matyunina/

[31]De eerste editie van de Uneasy Questions stelde ik op met Michelle Theran in de Juni editie van De Stoker van Stad in de Maak. Vind de gehele editie van De Stoker: https://www.stadindemaak.nl/de-stoker-4-almondestraat/

[32]Zie voor meer informatie: www.rasl.nu